Loading...

Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

Het verhaal van Alyssa

Logo https://hu.scrollytelling.io/het-verhaal-van-alyssa

De groei in de verkoop van elektrische auto's heeft een groot effect op het werk van de automonteurs van nu. Verdwijnen de motoren en het gereedschap en worden computers gebruikelijker dan de olie op hun handen?

Naar boven

Foto eerste auto benz patent motorwagen
Volledig scherm

De Benz Patent-Motorwagen (Afbeelding rechts) wordt gezien als de eerste auto, hoewel de eerste stoomauto's al in 1769 werden geproduceerd. Vanaf het begin van de negentiende eeuw nam de vraag naar transport toe. Het transport bestond toen uit stoom en paardenkracht. Ook voor de treinen op rails. Vroeger werden trams voortbewogen door paarden. Er ontstonden na enige tijd problemen, zo ontstonden er files, stegen de kosten voor onderhoud, nieuwe paarden, eten voor de paarden, de wegen werden vervuild met mest, etc. Om deze problemen op te lossen keken onderzoekers naar alternatieve oplossingen voor paardenkracht, namelijk naar door stoom of elektriciteit aangedreven railvoertuigen. Dit was het begin van de elektrische voertuigmogelijkheden. Het eerste experiment met elektrische trams werd uitgevoerd in 1880 in Berlijn, Wenen en de Verenigde Staten. In de laatste twintig jaar van de negentiende eeuw testten verschillende ingenieurs de gebouwde elektrische auto’s aan de hand van autoraces, om te kijken of de verbetering in de nieuwe auto moest blijven of een mislukking was.

Waar elektrische voertuigen in de negentiende eeuw bedacht werden om kosten en compostproblemen op te lossen is de elektrische auto van tegenwoordig ontworpen om de klimaatveranderingen tegen te gaan en duurzaamheid te stimuleren. De huidige auto’s bestaan uit verschillende soorten elektromotoren aangedreven door elektriciteit of deels aangedreven door een benzinemotor. De volledig elektrische voertuigen stoten geen schadelijke stoffen uit en zijn daardoor geen factor meer voor het veranderende klimaat.

Het jaar 2010 kan voor Nederland gezien worden als het introductiejaar van elektrische voertuigen. In dat jaar reden er in totaal 395 elektrische voertuigen rond. In 2012 was dat 1182, een groei van 199,2%. Maar eigenlijk was de doelstelling van 2012 van de regering om 20.000 elektrische auto’s in Nederland rond te hebben rijden, 200.000 in 2020 en één miljoen in 2025. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is die doelstelling echter niet realistisch, omdat uit een consumentenonderzoek van hen uit dat jaar bewezen is dat consumenten nog niet genoeg geld en reden hebben voor het kopen van een alternatief aangedreven auto. Onder andere door de kleine actieradius, weinig mogelijkheid tot opladen en daarnaast zijn de auto’s ook duurder.

Op 1 december 2017 bleek het PBL dan ook gelijk te krijgen en heeft minister Zijlstra van Buitenlandse Zaken de Tweede Kamer vier verschillende voorstellen gestuurd van de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen. Om de doelstellingen bij te stellen. Een van deze voorstellen heeft betrekking op de vermindering van CO2-uitstoot en de toename van elektrische auto’s. Daarin staat namelijk dat in het kader van de ‘Green deal elektrisch rijden’, dat zijn afspraken tussen de Rijksoverheid en andere partijen over energie, klimaat, water, grondstoffen, biodiversiteit, mobiliteit, biobased economy, bouw en voedsel, 50% van de lichte voertuigen uit het Rijkswagenpark elektrisch moet rijden in 2030. Voor 2020 geldt een streefdoel van 20%. In het Regeerakkoord is aangegeven dat het kabinet uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos wil laten rijden. Hier is dus al een verschil te zien, eerst ging het om absolute cijfers en in 2017 gebruikt de werkgroep relatieve cijfers.

De toename van het aantal rijdende elektrische voertuigen in Nederland blijft wel voortduren met af en toe schommelingen in de verkoop, maar er rijden er ieder jaar meer in Nederland volgens cijfers van het RDC en de RAI Vereniging. Dit komt onder andere door de verschillende voordelen die komen kijken bij de aankoop van zo een voertuig. Om de verkoop van elektrische auto’s te stimuleren hebben verschillende landen namelijk beleidspakketten samengesteld. Daarin staan fiscale voordelen, zoals dat de aankoop van een elektrische auto vrijgesteld is van belastingheffing en motorrijtuigenbelasting. Het doel van de Nederlandse regering is om in 2025 alleen nog elektrische auto’s nieuw te verkopen. Deze voordelen zorgde in 2016 voor een groei van bijna 25.000 elektrische voertuigen.

In 2016 waren deze voordelen:
- Vrijstelling van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor voertuigen (BEV’s) met CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer.
- Vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (MRB) voor voertuigen met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer.
- 4% bijtelling voor leaserijders van BEV’s en 15% bijtelling voor leaserijders van plug-in hybrid electric vehicle (PHEV) met een CO2-uitstoot van 1 tot 50 gram per kilometer
- Milieu-investeringsaftrek (MIA) van maximaal 36% van een maximum van € 50.000 voor BEV’s en milieu-investeringsaftrek (MIA) van maximaal 27% van een maximum van € 35.000 voor PHEV’s met een uitstoot van maximaal 30 gram CO2 per kilometer.

In gemeente Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Tilburg waren in 2016 diverse subsidies verkrijgbaar voor de aanschaf van (zakelijke) elektrische (vracht-)auto’s en taxi’s. Daarnaast waren er in meerdere gemeenten diverse subsidies voor laadpunten en de sloop van vervuilende personen- en bestelwagens.

Foto eerste auto benz patent motorwagen
Sluiten
Naar boven

Naar boven

Volledig scherm

Als je de vraag stelt ‘hoe verandert de komst van de elektrische auto het werk voor de automonteurs?’ zijn daar verschillende partijen bij betrokken. Zo speelt de overheid een rol in het stellen van eisen aan nieuw verkochte auto’s, spelen klimaatonderzoekers een rol op het gebied van klimaatmaatregelingen en autoverkopers, omdat zij de verkoop stimuleren van zowel benzine auto’s als de nieuwe technologische ontwikkelingen zoals de elektromotor. Als laatste partijen hebben de automonteurs en de consumenten natuurlijk een van de grootste rollen in deze ontwikkeling, uiteindelijk gaat het namelijk om hun werk en kennis en de verandering in vraag van de consument.
Maar wat wil die consument nou en wat betekent deze verandering voor het werk van de automonteurs?

De vraag van de consument verandert ook. Niet zozeer in hoeveelheid, maar wel qua inhoud. Deze inhoud hangt af van drie verschillende factoren, namelijk de markt, het product en de persoonlijke voorkeuren van de consument. Uit een onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam en Rijksuniversiteit Groningen, is gebleken dat consumenten tegenwoordig een hogere waarde hechten aan instrumenten of accessoires van een auto, dan de manier van rijden. Ook moet de auto er goed uitzien en passen bij het innerlijke karakter van de consument. De oplaadmogelijkheden spelen daarnaast ook een rol bij het kiezen van een elektrische auto. Dit is een factor die de verspreiding en uitbreiding van de verkoop van deze auto’s juist tegenhoudt. Opladen kost namelijk te veel tijd en moeite, er zijn niet veel plaatsen in Nederland waar dit kan namelijk, dus moeten consumenten vaak omrijden of goed zoeken. Een vierde punt waar consumenten naar kijken is de actieradius van de auto, niet de maximale, maar juist de minimale. Waar de onderzoekers nog meer op zijn gestuit, is dat de CO2-uitstootvermindering alleen een interessante factor was in de introductieperiode van de auto, de reden hiervoor is echter niet duidelijk. Als laatste punt hebben de financiële voordelen een positief effect op de verkoop van elektrische auto’s. Consumenten krijgen namelijk een aankoopsubsidie, vanwege de strenge uitstootregels en alle andere fiscale voordelen die eerder al zijn genoemd.

Deze verandering heeft niet alleen effect op de verspreiding van deze voertuigen, maar ook op het werk van de huidige automonteurs. Als je ‘elektrische auto’ laat vallen in een gesprek met de monteurs dan is de eerste reactie een scheve lach en een kleine stilte. Niet omdat het een raar woord is, maar omdat deze auto’s nog onbekend en nieuw zijn voor de meeste. Deze onwetendheid zorgt voor de nodige vragen, onzekerheden, meningen en ontwikkelingen. Nieuwe auto’s vanaf de fabrikant moeten aan een bepaalde hoeveelheid uitstoot voldoen, de Europese uitstootnorm van 95 gram CO2 per kilometer. Ieder jaar zakt het energielabel van een auto 1 schaal door deze vernieuwingen. Dus waar een auto in 2016 het A-label had heeft die in 2017 het B-label enzovoort. Dit komt door de vernieuwingen die onder andere door de Europese Unie zijn doorgevoerd. Zoals de nieuwe regels over emissie hoeveelheden in een stad of land. Daarnaast hebben monteurs andere spullen nodig en een speciale cursus voor zij mogen werken met het hoge voltsysteem. Zo zijn rubberen matten, pionnen met lint, dik geïsoleerd gereedschap en handschoenen verplicht voor er aan de auto gewerkt mag worden, om de veiligheid van de monteur en zijn collega’s te bepalen. Omdat deze specialisatie niet altijd mogelijk is, vanwege het gebrek aan geld, doorleermogelijkheden of andere aspecten, zijn hier verschillende meningen over. De een vindt het geweldig, een nieuwe uitdaging en verdere verdieping. Al wat oudere monteurs hebben moeite met bijscholing en vinden het ook niet mogelijk om telkens bij te leren. Volgens Martin offerman, oud monteur en nu verkoper bij het universele autobedrijf Havik Auto Den Helder, ben je nooit bij “als je klaar bent met de ene cursus of geleerd heb voor de ene specialisatie, loop je alweer achter bij de net afgestudeerde monteurs. Een automonteur moet altijd bijleren wil hij of zij enigszins bij kunnen blijven.”
En diegene die nog zeer onbekend zijn met de nieuwe auto’s houden zich zonder mening nog op de achtergrond.

Sluiten
Naar boven

De ervaring van automonteur Daan Bakker

0:00
/
0:00
Start video

Naar boven
Scroll om door te gaan
Swipe om door te gaan