Loading...

Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

‘‘Ik leerde dat het ook normaal is om niet gelovig te zijn’’

Logo https://hu.scrollytelling.io/het-verhaal-van-roselyn

Ali Can (23) is in Turkije geboren en verhuisde naar Rotterdam toen hij vier jaar oud was. Vanaf zijn geboorte is hij islamitisch opgevoed. Als kind ziet hij, dat wat zijn ouders hem vertellen over de islam, als de waarheid. Op latere leeftijd komt hij erachter dat de islam en zijn eigen idealen, haaks op elkaar staan.  

 ‘‘Als kind leerde ik van mijn ouders dat ik moest leven op de manier die god wil. Vijf keer per dag bidden, de koran lezen, geen alcohol drinken, geen tattoos en ik denk dat seks voor het huwelijk ook niet de bedoeling was, ook al werd dat niet letterlijk uitgesproken.’’ vertelt Ali. Op jonge leeftijd denkt Ali dat deze regels bij het leven horen en zag hij het niet als beperkingen. ‘‘Ik was een kind en ik dacht; ‘het zal wel op deze manier moeten, mijn ouders zeggen het en dus zal het wel goed zijn.’. Als puber kwam ik erachter dat het eigenlijk toch wel vervelend is om niet uit te gaan, geen alcohol te drinken en geen seks te hebben.’’  Zijn ouders blijven deze regels herhalen in zijn kindertijd en in zijn tijd als puber. Soms verbrak hij de regels stiekem. Zijn ouders kwamen hier niet achter dus dit had geen grote gevolgen voor hem. ‘‘Ik ben nooit betrapt op het drinken of uitgaan door mijn ouders. Als ik wel betrapt was, dan had dat denk ik zware consequenties. Ik denk dat ik dan het huis uitgestuurd werd. Daar dreigden zij wel altijd mee. Als kind werd ik geslagen als ik wat fout deed, ik denk dat dit zeker ook zou gebeuren als zij mij betrapten op iets als drankgebruik.’’

 ‘‘Wat voor gevoel ik als kind bij de islam had? Ik zag het als een heel strenge religie. Maar als kind zag ik het ook als een goede religie. Mijn ouders vertelden mij natuurlijk alleen over de mooie kanten van de islam. Zij vertelden mij veel over de goede nobele dingen die wij moeten doen volgens het geloof. Ik had in mijn kindertijd geen enkel negatief punt over de islam gehoord. Als kind dacht ik niet serieus en diep na over of god echt zou bestaan of niet. Ik ging ervanuit dat het vast wel zou bestaan. Mijn ouders zeggen het en als kind geloofde ik dit. Heel bizar hoe een kind zo gehersenspoeld wordt.’’  

Ali was dertien jaar toen hij gemengde gevoelens kreeg over de islam. Hij komt er in de brugklas achter dat de islam botst met wie hij is. Op de middelbare school begint hij te puberen en hij vergelijkt zich met jongens van zijn leeftijd. Ali ziet alles wat hij niet mag ineens heel helder en de regels van de islam worden voor hem hele vervelende beperkingen. ‘‘In de eerste klas kreeg ik les van een geschiedenisdocent. Zij dacht zo vrij en helder na over haar leven. Ik zag dat als een inspiratie. De docent vertelde dat zij tegen beperkingen was. ‘Als je dood bent ben je dood’ is iets wat zij ook vaak zei. Dat sprak mij heel erg aan omdat ik eigenlijk diep vanbinnen ook zo dacht maar dit niet kon uiten. In die tijd werd het mij steeds duidelijker dat ik mensen als gewone organismen zie en ik mij niet kan voorstellen dat het leven met iets religieus te maken heeft. Wat mijn docent mij vertelde sprak mij zoveel meer aan dan wat mijn ouders mij elke dag vertelden. Ik wil mijn ouders niet tekortdoen maar zij kunnen waarschijnlijk nooit op deze vrije manier denken en dat neem ik hen niet kwalijk. Nadat mijn docent mij dit vertelde, voelde ik dat de gedachtes die ik over religie had, bevestigd werden. Ik leerde dat het ook normaal is om anders te denken en niet gelovig te zijn. Vanaf die tijd begon ik veel na te denken over hoe de wereld is ontstaan. Ik zocht veel op internet hierover en ik kwam erachter dat ik de islam en eigenlijk alle religies niet logisch vind.’’

Naar boven
0:00
/
0:00
Start audio
Ali zijn handen met de koran. Video gemaakt door: Roselyn van den Berg

Naar boven

Het is een strijd voor Ali om zijn ouders te vertellen dat hij zich niet wil verdiepen in de islam door de koran te lezen, hij niet wil bidden, niet de moskee wil bezoeken en ook niet mee wil doen aan de ramadan. Hij vertelt dat het voor hem moeilijk is om deze gesprekken te voeren. ‘‘Ik heb nooit letterlijk tegen mijn ouders gezegd dat ik niet in god geloof, omdat zij mij dan hoogstwaarschijnlijk het huis uitsturen. Maar ik heb wel gezegd dat ik nergens aan mee doe. Mijn ouders reageerden teleurgesteld en in het begin boos. Vaak zeiden zij mij dat ik mee moest gaan naar de moskee of dat ik moest bidden. Uiteindelijk merkten zij dat dit geen zin had en accepteerden zij het. Zij accepteren het, maar nog steeds hopen zij van binnen dat ik het ‘rechte pand’ ga vinden. Ik denk dat zij diep van binnen wel weten dat ik niet gelovig ben, maar dit ligt zo gevoelig dat het de doofpot ingaat.’’ Ali vindt het telleurstellen van zijn ouders het moeilijkst. Hij vertelt dat zijn ouders het als hun taak zien om hem te betrekken in de islam. ‘‘Omdat zij het echt als hun taak zien, is het voor hen heel moeilijk om het los te laten. Ik weet hoeveel moeite zij hiermee hebben en dit maakt het moeilijk voor mij. Het is heel lastig om mijn familie teleur te stellen, zeker omdat zij denken dat de islam de goede weg is. Maar het gaat zo tegen mijn principes in, dat ik niet anders kan, ik leef voor mijzelf en niet voor anderen. Toch gaat het de laatste jaren een stuk beter en komt de islam veel minder ter sprake. Ik heb ook wel begrip voor mijn ouders. Als dit voor hen echt de waarheid is, snap ik dat het moeite kost om het los te laten.’’  

Zelf noemt Ali zich een atheïst. Hij zegt dat hij een veel vrijer mens is sinds hij zich niet meer bezighoudt met de islamitische richtlijnen. Dat steeds minder mensen in god geloven, is iets wat hij goed begrijpt. ‘‘Het is fijn dat steeds meer mensen zelf nadenken in plaats van zich alleen te richten op god. Ik geloof in de wetenschap en ik denk dat bijna alles, uitgelegd kan worden. Persoonlijk vind ik dat godsdiensten niet meer bij deze tijd passen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik ondanks dat, elke religie respecteer. Ik laat iedereen in zijn waarden ongeacht waar iemand in gelooft. Ik respecteer religies, ook al zie ik het zelf anders.’’  



*De naam Ali Can is gefingeerd

Naar boven
Moskee in Rotterdam. Foto gemaakt door: Roselyn van den Berg

Naar boven

De plaatsen in Nederland waar het percentage van de mensen die zich tot de moslimgemeenschap rekenen het hoogste is en de plaatsen waar dit percentage het laagst is

Schermafbeelding 2018 01 24 om 13.13.50
Volledig scherm

In de bovenstaande diagram is te zien in welke gemeentes de meeste mensen zich tot de moslimgemeenschap rekenen en waar de minste mensen zich hier tot rekenen. Natuurlijk zijn er ook gemeentes in Nederland waar helemaal niemand zich tot de moslimgemeenschap rekent. Maar van de plaatsen waar mensen dit wel doen hebben gemeente Binnenmaas en gemeente Achtkarspelen het laagste percentage. s-Gravenhage en Leerdam hebben de hoogste percentages. Het opvallende aan de cijfers is dat s-Gravenhage, Leerdam en Binnenmaas alle drie in Zuid-Holland liggen. Zowel de gemeentes met de hoogste percentages als de gemeente met het laagste. Achtkarspelen ligt in Friesland. 

Deze cijfers komen uit het CBS dataonderzoek Religie en kerkbezoek naar gemeente 2010 - 2014. 

Schermafbeelding 2018 01 24 om 13.13.50
Sluiten
Naar boven
Scroll om door te gaan
Swipe om door te gaan